Taal leren met een legorobot in je handen

Vrijdagochtend bij de Taalmakersklas. Op tafel liggen legostenen, motortjes en snoertjes. De leerlingen zijn tussen de 10 en 12 jaar en voor hen is Nederlands de tweede thuistaal. Vandaag bouwen zij een robot. En terwijl ze bouwen, werken zij aan het verbeteren van hun Nederlandse taalvaardigheid.

Rustig, duidelijk en stap voor stap

De les start met een video. Niet in één keer, maar met de pauzeknop erbij. Steeds zet de leerkracht het beeld stil: wat zie je hier, waar zit de motor, wat gaat er straks bewegen? De leerlingen krijgen zelf het woord.

Ook het stappenplan voor de robot gaat zo. Elke stap wordt benoemd, voorgedaan en herhaald. Precies genoeg tijd om het Nederlandse woord te horen, te zien wat het betekent en het daarna zelf te gebruiken.

Techniek geeft taal iets om over te gaan

Een woord als “vastklikken” blijft hangen als je het onder je vingers hebt. Je hoeft niet te snappen wat er op papier staat, je ziet het gebeuren. Samenwerken, iets vragen, iets uitleggen: dat is taal gebruiken in het echt. En als de robot straks rijdt, heb jij dat gedaan.

Elke week een vaste techniekdag

De Taalmakersklas komt één vaste dag per week naar het Ontdekstation voor praktijkgericht techniekonderwijs. Geen leuk uitje, maar een structureel onderdeel van het programma binnen de stedelijke pilot 10+, mede mogelijk gemaakt door Techkwadraat. Techniek wordt hier bewust ingezet om de basisvaardigheden te versterken.

Want techniek is voor iedereen. Op een vrijdagochtend bij de Taalmakersklas zie je precies wat dat betekent.

Deel dit bericht